
Bekleed de springvorm met bakpapier en vet de zijkanten in met boter. Smelt 60 gram roomboter en verkruimel de koekjes. Meng de koekkruimels met de gesmolten boter en schep dit op de bodem van de springvorm. Druk goed aan met de achterkant van de lepel en zit voor minimaal een kwartier in de koelkast. Doe 150 gram suiker in een pan met een dikke bodem. Voeg hieraan toe 35 ml water. Laat dit op middelhoog vuur karameliseren. Roer dit niet door, de pan heen en weer walsen mag wel. Zodra de suiker begint te kleuren verwarm je in een ander pannetje 135 ml slagroom tot aan het kookpunt. Zodra de suiker mooi bruin is gekleurd voeg je de warme room toe. Roer goed door met een garde. Zet het vuur uit en roer 25 gram roomboter door de karamel. Laat wat afkoelen. Snijd twee bananen in plakjes. Hak 60 gram pure chocolade grof. Verdeel de bananenplakjes en chocolade over de koekjesbodem. Verdeel hierover driekwart van de karamelsaus over de bodem. Klop de slagroom stijf met de klopfix. Klop in een andere kom de monchou los met 3 el suiker. Meng de monchou met de slagroom. Schep dit in de springvorm. Laat minimaal 4 uur opstijven in de koelkast. Voor het serveren verwarm je de overgebleven karamelsaus eventjes zodat de saus weer schenkbaar wordt. Snijd de laatste banaan in plakjes en hak de andere 60 gram chocolade grof en verdeel over de taart. Schenk de karamelsaus erover.Bananoffeetaart
Ingredients
Instructions